Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 


Oppositie 


Gedachtewisseling van Irène Diependaal met jonkheer Maarten Stratenus, achterkleinzoon van Maarten Iman Pauw van Wieldrecht (kamerheer van koningin-moeder Emma) tijdens de ceremonierijke verdediging van het proefschrift, Geconserveerd koningschap. Koningin-regentes Emma en Wilhelmina's erfenis, op 5 november 2013, aan de Universiteit van Amsterdam.


Broekhuizen te Leersum. Woonhuis van Maarten Iman Pauw van Wieldrecht, Kamerheer van koningin Emma. Copyright: Maarten Stratenus.


Dank u meneer de voorzitter, hooggeleerde heer voor de gelegenheid die u mij geeft om hier een vraag te mogen stellen.


Geachte mevrouw de promovenda.  

Met belangstelling heb ik uw proefschrift gelezen.

Hierin heeft u de herinneringen van mijn overgrootvader, Maarten Iman Pauw van Wieldrecht, gebruikt als indicatie dat koningin Emma mogelijk niet een bewust vernieuwende vrouw/koningin was.  

U schetst op basis van zijn nagelaten aantekeningen een tegenstelling tussen Enerzijds een voormalige koningin-regentes, die niet met de moderne tijd kon meekomen en van oude tradities en etiquette-voorschriften soms een soort show maakte, zoals onder meer tijdens de wekelijkse kerkgang vol ceremonieel vertoon.

Deze werd zelfs een keer afgelast omdat mijn overgrootvader ziek was en niet als kamerheer in livrei de ceremonie kon begeleiden.  

En anderzijds. Mijn overgrootvader die u terecht – onder meer op basis van mijn publicaties – beschrijft als een voor die tijd modern man die reeds in 1905 in bezit was van een auto en die in 1907 wat teleurgesteld en af en toe zelfs wat negatief terugkijkt op zijn dienstverband bij de koningin-moeder.

Kunt u dat nader toelichten?

 


Maarten Imans dochter Christine Stratenus-Pauw van Wieldrecht met haar zoontje Tom omstreeks 1915 in - waarschijnlijk nog steeds - auto nummer 1330, de auto die Maarten Iman Pauw van Wieldrecht reeds in 1905 bezat. Copyright: Maarten Stratenus.


Geachte opponent,

Dank voor uw belangstelling en vooral voor het vertrouwen dat uw familieleden in mij gesteld hebben om gebruik te mogen van de herinneringen van uw overgrootvader. Dank ook vooral voor alle inspirerende klankbordgesprekken waardoor ik uw overgrootvader, mede op basis van uw eigen publicaties, beter kon plaatsen.

Ik zie de herinneringen van uw overgrootvader als een venster naar een opmerkelijk tijdsbeeld. De man was meritocratisch en toch heel standsbewust. Hij vond duidelijk dat leden van het koningshuis zich verdienstelijk moesten maken voor de Nederlandse samenleving en vond dat koningin Emma daarin niet zo was geslaagd als de hagiografische geschriften van haar tijd deden voorkomen.  

Deze geschriften hebben zich in de moderne geschiedschrijving vermengd met een interpretatie dat koningin Emma een vernieuwende vrouw zou zijn geweest die de monarchie doelbewust en op strategische wijze ‘vernieuwd’ zou hebben. De herinneringen van uw grootvader vond ik interessant omdat hij weliswaar op scherpe wijze herinneringen over de persoon van koningin Emma en andere leden van haar hofhouding van zich afschreef, maar vooral omdat hij dit deed in alle onschuld: hij beoordeelde koningin Emma met de kennis zoals insiders hadden rond 1907 en dat was kennelijk wat anders dan historici tegenwoordig veronderstellen. Zijn herinneringen vormen in feite de antithese dat een algemeen geaccepteerde vooronderstelling van moderne historici niet kan kloppen. Uw overgrootvaders herinneringen waren in directe zin niet bruikbaar: hij heeft haar niet als regentes meegemaakt en was zoals u zei, wat teleurgesteld. Andere tijdgenoten waren positiever over de voormalig regentes.

Uw overgrootvader werd pas kamerheer op het moment dat koningin Wilhelmina al was ingehuldigd en koningin-moeder Emma begon aan een ‘gepensioneerd’ bestaan op paleis Lange Voorhout en paleis Soestdijk. Kernachtig verwoordde hij echter wel een richting waar ik de oplossing van het raadsel moest zoeken: de relaties tussen koningin Emma en de hofadel waren niet zo goed als de gesloten lederen van de Nederlandse adel de buitenwacht wilden laten weten. Bovendien nam Sebastiaan de Ranitz een belangrijke positie in binnen haar hofhouding. Uw overgrootvader noemde hem kernachtig ‘de groote man van het Paleis’. Koningin Emma kreeg de eer van het werk dat in werkelijkheid door De Ranitz verricht was. Er zijn dan ook hardnekkige geruchten in omloop dat hij méér was dan alleen particulier secretaris.

Uw overgrootvader beschrijft bovendien een conflictueuze situatie aan het hof waar hij zelf slechts met moeite sociaal kon overleven. Voor mijn proefschriftonderzoek vond ik het daarom onder meer interessant om deze drie gegevens – mogelijke conflictueuze relaties aan het hof of conflicten tussen Emma en de elite van haar tijd, de spilfunctie van De Ranitz en de vraag of Emma oude tradities verkrampt vasthield of juist moderniseerde – nader mee te nemen in mijn onderzoek over haar regentschap.  

Uw opmerking over de auto is extra interessant. U heeft dankzij de agenda van uw overgrootvader gereconstrueerd dat de man reeds in 1905 in bezit was van een auto. Dit was rijkelijk vroeg. Speciaal voor deze gelegenheid heb ik navraag gedaan omdat de tegenstelling van koets en auto symbolisch steeds opduikt in de onderzoeksmaterie. Koningin Wilhelmina kreeg in september 1898 van de bevolking van Amsterdam, de hoofdstad van het land, ‘een Gouden Koets’ als geschenk. Wilhelmina kwam naar Amsterdam om tijdens een plechtige ceremonie in de Nieuwe Kerk, het verbond met haar volksvertegenwoordigers bijeen in de Staten-Generaal, te bezegelen via een eed op de Grondwet. Het was daarom een uitzonderlijke geste, temeer daar koningin Emma als regentes gevraagd had om materiële geschenken achterwege te laten.

Deze keuze in combinatie met de levensstijl van uw overgrootvader frappeerde mij. In 1896 waren de eerste twee automobielen namelijk reeds in Nederland geïntroduceerd. De  bevolking van Amsterdam koos dus niet voor een ‘moderne innovatie’, maar voor een praalrijke uitvoering van een voertuig dat geassocieerd wordt met het koningschap: een door paarden getrokken koets. Het aantal paarden bepaalde de status van de inzittende van de koets. De koninginnen Emma en Wilhelmina aanvaarden het geschenk in grote dank hoewel het in een tijd van financiële crisis werd aangeboden. De koets vormt tot op de dag van vandaag het middelpunt van de ceremoniële praalvertoning rond ‘Prinsjesdag’. Dit is de jaarlijkse opening van de Staten-Generaal door de vorst. Dezelfde Staten-Generaal dus waarmee de Oranjevorsten bij hun inhuldiging via de eedaflegging een soort van contract aangaan.

Koningin Emma handelde in een tijdbestek waarin enerzijds behoefte was aan vernieuwing en anderzijds aan een behoefte dat het koningshuis daar slechts in beperkte mate aan meedeed. Vernieuwing vond in ieder geval plaats als gevolg van technologische vernieuwingen. De vraag is of koningin en hof initieerden of op afstand volgden.

Uw overgrootvader volgde voor privégebruik de moderne tijd. In 1900 reden in ons land 230 auto’s. In 1910 waren dat er 2000 geworden. Uw overgrootvader had reeds in 1905 een auto. Het koninklijke hof volgde pas later. Koningin Emma had daarin geen rol. Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, nam in september 1908 het initiatief tot het aanschaffen van een auto, een ‘Renault’. Pas op 8 mei 1911 werd de eerste van een serie Spykers aangeschaft en werd een garage-afdeling binnen het Koninklijke Staldepartement ingericht. De Gouden Koets is nog altijd een pronkstuk binnen dit departement. Hij wordt slechts voor uitzonderlijke ceremoniële doeleinden gebruikt. Wij vinden het tegenwoordig normaal dat koningin Máxima bijvoorbeeld in Wageningen per auto arriveert om in fraaie, moderne kleding als hedendaags ‘melkmeisje’ het nieuwe Innovation Centre van Friesland Campina - Nederlands belangrijkste melkfabrikant - te openen met het schenken van een kan melk. Verwachtingspatroon van de onderdanen en efficiency van het hof hebben zich met elkaar vermengd: de tijd is voorbij dat de koningen per trein naar een provincie reisden en ter plaatse in een speciaal voor hen bestemde koets plaatsnamen dat door paarden getrokken werd.

Uw overgrootvader zag in dat in dit soort opzichten een koningshuis moet meegaan met zijn tijd: het zou nu algemeen op de lachspieren werken als koning Willem-Alexander en koningin Máxima zich dagelijks zouden laten begeleiden door een kamerheer in livrei tijdens een rondrit per koets. Een modernisering van Prinsjesdag door de rondrit met de Gouden Koets af te schaffen: dat zal echter niet op prijs gesteld door aanhangers van de monarchie. Uw overgrootvader kon zich ergeren, maar veel onderdanen vinden een stuk anachronistische show op zijn tijd met oude ceremonies en tradities leuk. Koningin Emma begreep wellicht de moderniseringsgedachten binnen de elite van haar tijd niet, maar niet alle onderdanen waren daarin waarschijnlijk gelijk. De Amsterdamse burgers gaven de koninginnen een fysiek symbool dat de sociale hiërarchie van 1898 benadrukte. De Gouden Koets is waarschijnlijk het symbool bij uitstek in Nederland geworden dat de monarchie met oude tradities en praalvertoon zich bij selecte gelegenheid kan onderscheiden. De monarchie met de Gouden Koets en oude tradities rond een praalrijke inhuldiging zorgen - blijkens televisiekijkcijfers en het toestromen van publiek ter plaatse - voor een theater van staat waarvoor in het rationele tijdperk van de 21-ste eeuw duidelijk nog altijd behoefte bestaat.

Koningin Emma had er geen hand in en wilde zelfs vooraf geen kostbare geschenken, maar dit uitzonderlijke geschenk is in dank aanvaard. Koningin Emma toonde daarmee een goodwill om te komen tot een compromis dat ik in meerdere opzichten tijdens dit dissertatieonderzoek ben tegengekomen.


De Gouden Koets verlaat het Binnenhof. 16 september 2014, 13.48 uur. Copyright: Flickr/Minister-president Mark Rutte.