Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

de Volkskrant (opiniepagina), 28 november 1998

Een familie op de troon

 

Koningin Victoria en haar familie in 1846, geschilderd  door Franz Xaver Winterhalter. Royal Collection RCIN 405413. Bron: Wikipedia. 


“Een familie op de troon is een interessant idee. Het brengt de trots van de soevereiniteit terug op het niveau van het dagelijks leven. Vrouwen - zeker de helft van het menselijk ras - interesseren zich vijftig keer zo veel voor huwelijken dan voor een minister. Een prinselijk huwelijk is de briljante versie van een universeel gegeven en daarom concurreert het met de mensheid zelf. Een koninklijke familie verzacht de politiek door een geschikte toevoeging van aardige en leuke gebeurtenissen. Het introduceert irrelevante feiten in regeringszaken, maar het zijn feiten die mensen aan het hart koesteren en die hun gedachten bezighouden”.

Deze uitspraak komt heel modern over, maar toch is zij meer dan een eeuw oud. Zij werd uitgesproken door Walter Bagehot, de vermaarde Britse theoreticus over de monarchie en redacteur van het toonaangevende tijdschrift The Economist. Bagehot was verbaasd: de macht van de koning was teruggebracht tot "het recht om geconsulteerd te worden, aan te moedigen en te waarschuwen", maar vreemd genoeg was het instituut monarchie krachtiger dan ooit.

De Britse geschiedschrijving toont het gelijk van de Victoriaanse staatsrechtsgeleerde: sinds het einde van de vorige eeuw zijn de koninklijke huwelijkssluitingen en begrafenissen niet langer privé-aangelegenheden, maar nationale gebeurtenissen waarin met veel ceremonieel "de trots van de Britse soevereiniteit" onderstreept wordt. Alle onderdanen leven sindsdien ook los van bruiloften en begrafenissen in grote mate mee met het lief en leed van de koninklijke familie: foto's van de koninklijke familie in privé-situaties werden in deze eeuw mateloos populair en de videobanden van koninklijke bruiloften werden wereldwijd bestsellers. De koninklijke familie speelde het spel mee en zorgde voor een "koninklijke iconografie": zorgvuldig gecomponeerde foto's die moesten veronderstellen dat er sprake was van een "ideaal familieleven".

De grote populariteit van prinses Diana spreekt boekdelen wat betreft het succes van de Britse iconografie: een fotogenieke vrouw die zich liefdevol liet portretteren met haar twee zoontjes. Zij doorbrak diezelfde iconografie toen zij een deel van haar ziel bloot gaf aan het publiek en vertelde wat de waarheid achter al die mooie plaatjes was. Diana kon hiermee haar schoonfamilie op de knieën brengen omdat het instituut monarchie voor een groot deel afhankelijk was geworden van de mooi gecomponeerde ideaalplaatjes. Het Britse voorbeeld legt een massapsychologisch fenomeen bloot: de onderdanen, vooral de vrouwen, willen graag "meeleven" met koninklijke personen en zich hieraan kunnen spiegelen: escape, projectie en identificatie in één hand.

Nederlandse vrouwen zijn geëmancipeerder dan ooit, maar toch toont sociologisch onderzoek de laatste jaren aan dat vrouwen nog altijd sterk gericht zijn op huwelijks- en gezinsleven. Vooral journalistieke produkties leggen de laatste jaren bloot dat júíst vrouwen mét baan en mét kinderen een brede maatschappelijke belangstelling combineren met de meer traditionele belangstelling voor familie, sociale contacten en huishouden. Sociaalpsychologisch onderzoek heeft ook aangetoond dat de vrouwelijke belangstelling anders is dan die van mannen: vrouwen zijn meer geïnteresseerd in mensen, mannen meer in dingen. Sinds de oertijd zijn mannen geïnteresseerd geraakt in techniek terwijl vrouwen zich vooral richtten op sociale vaardigheden. Het waren vanouds de mannen die de hogere politiek bedreven en de vrouwen die zorgden dat alles op lager niveau "goed liep" en deze eeuwenoude rolverdeling werkt nog altijd door.

Daarom is het niet vreemd dat de vrouwelijke beleving van de monarchie anders is dan die van mannen. Mannen zijn doorgaans geïnteresseerd in de staatsrechtelijke kant van de monarchie: heeft de koningin ondanks de parlementaire democratie niet teveel invloed en oefent zij geen stiekeme macht uit? Vrouwen maak je daarentegen eerder blij met mooie foto's van de koninklijke familie, een stuk koninklijke glamour en met interviews waarin de "persoon achter de functionaris" tot leven komt.

Er is dus "markt" voor een koninklijke iconografie en historisch onderzoek toont aan dat deze ook in Nederland heeft bestaan. Tot de troonsbestijging van koningin Beatrix puilden familiebladen als Margriet, Libelle en Wereldkroniek uit van de "mooie plaatjes" van het gelukkige gezinsleven van koninklijke personen. Menig prinsesselijk huisinterieur werd gefotografeerd en in interviews werd vrijuit gesproken over de opvoeding van de kinderen. De vrolijk spelende kinderen werden eindeloos gekiekt. Vlak voor de troonswisseling had damesblad Margriet nog een “openhartig gesprek” met prinses Beatrix, “over haar zichzelf, haar huwelijk, haar moeder, de opvolging en het jaar van het kind”. De hoogtijjaren van de koninklijke iconografie waren precies de jaren dat het koningshuis heel populair was in brede lagen van de bevolking en waarin de stijl van koningin Juliana de hemel in werd geprezen: wat een heerlijk "gewone, eenvoudige vrouw"! De "fietsende koningin" roept in de buitenlandse pers nog steeds heimwee op en Juliana heeft waarschijnlijk geschiedenis geschreven omdat zij de monarchie "menselijk" heeft gemaakt.

Met koningin Juliana is, sinds 1980, ook de koninklijke iconografie vrijwel verdwenen. Fotosessies met de koninklijke familie zijn een zeldzaamheid geworden, de schaarse interviews gaan alleen nog over werkzaamheden voor publieke functies en van de privé-vertrekken van Huis ten Bosch is geen enkele foto bekend. Minister-president Kok praat daarentegen in vrouwenbladen vrijuit over zijn huiselijke leven, zijn gehandicapte kind en de “halfgelovige wereld” waarin hij is opgevoed. De koninklijke iconografie leeft wel nog in het buitenland. De Scandinavische, Belgische en Spaanse vorsten laten zich óók interviewen over privé-zaken en de foto's van hun (klein)kinderen vullen menig in blad in republikeinse landen. De Deense koningin praatte zelfs een heel boek vol over haar huwelijk, (voor)liefdes en gedachten over "gewone, dagelijkse dingen"; een Duitse uitgever had er een vertaling en een goedkope boekeditie voor over.

Ook de Nederlandse media wijken uit naar het buitenland. De aandacht voor het Britse koningshuis is hier onevenredig groot en beperkt zich niet tot de familiebladen in de leesportefeuille. Verder storten de media zich op alles wat ze wél kunnen krijgen: relletjes en geruchten. Alle mediageweld rond Emily Bremers heeft laten zien dat de papparazi-fotografie hier in opmars is en dat de roddelbladen heel wat beter gelezen worden dan menigeen wil toegeven. De oplagen van de roddelbladen dalen, maar het aantal bladzijden "royalty" neemt alleen maar toe en "de bladen" krijgen meer aandacht van de serieuze media dan ooit. 

Het is de vrije keuze van koningin Beatrix geweest om het koninklijk privé-leven zo veel mogelijk af te schermen. Het kind is nu echter met het badwater weggegooid: niet alleen ranzige media worden weggehouden van de koninklijke familie, óók grote groepen mensen die op een positieve manier willen "meeleven" met de koninklijke familie worden geweerd. Het staat de koningin vrij om geen onderscheid te willen maken tussen ranzigheid en iconografie. Ze moet dan alleen niet vreemd op kijken als haar populariteit daalt, er kritiek is op haar te "majesteitelijke" uitstraling en republikeinse gevoelens weer in het openbaar kunnen worden uitgesproken. Beatrix moet evenmin verbaasd zijn als grote groepen Nederlanders enthousiast klaar staan voor een koninklijke verloving zonder dat daarvoor concrete aanwijzingen zijn en vervolgens een fotogeniek kroonprinselijk vriendinnetje tot heldin uitroepen zodra zij haar geliefde dumpt omdat zij, volgens de roddelpers "niet goed genoeg is bevonden" door een perfectionistische koningin die haar zoon zijn "grote liefde" misgunt.

             

Toelichting in het najaar van 2015:

 

Dit artikel werd op 28 november 1998 gepubliceerd op de opiniepagina van de Volkskrant. Het begeleidde een gelijktijdig te verschijnen publicatie, “De familie op de troon. Het beeld van Oranje in populaire tijdschriften” in Tijdschrift voor Mediageschiedenis. Deze tweede, meer vaktechnische publicatie ging dieper in op de onderzoeksresultaten naar het verdwijnen van de Nederlandse koninklijke iconografie. Dit onderzoek, waarvoor slechts een paar maanden beschikbaar was, werd verricht op verzoek van de redactie van Tijdschrift voor Mediageschiedenis om onderdeel uit te maken van een themanummer over de beeldvorming van de monarchie.


De redactie van de Volkskrant plaatste voor eigen verantwoordelijkheid een kop en intro bij dit artikel. Voor publicatie op deze website: de oorspronkelijke kop is gebruikt. Het artikel in Tijdschrift voor Mediageschiedenis is verouderd. Het is daarom niet vrij gegeven voor digitaal hergebruik en wordt ook niet gebruikt voor deze website.

De documentatieafdeling van de Rijksvoorlichting plaatste dit artikel uit de Volkskrant op de voorkant van de knipselkrant “Koninklijk Huis” die werd samengesteld voor intern gebruik van Rijksvoorlichtingsdienst en ook onder meer werd toegezonden aan Dienst Koninklijk Huis. Het onderzoek was gedeeltelijk verricht binnen het krantenarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst en met afstemming met zowel de hoofddirecteur Rijksvoorlichtingsdienst als het toenmalige “Hoofd Pers & Publiciteit” (de afdeling binnen de Rijksvoorlichtingsdienst die indertijd het uitvoerende werk verrichte ten aanzien van voorlichting ten behoeve van het Koninklijk Huis). Niet lang na publicatie van beide artikelen werden diverse vernieuwende beleidsmaatregelen van kracht. Zelf heb ik daarom niet de behoefte gehad om onderzoekslijnen uit dit – slechts schematisch opstelde – gelegenheidsonderzoek nader uit werken hoewel er van verschillende kanten, door de jaren heen, om gevraagd is.

Het research voor het TMG-artikel was reeds in de zomer van 1998 afgerond. Omdat vele personen vragen hadden over het specifieke deel omtrent de mediahype rond Emily Bremers: ten aanzien van dit deelaspect is wél de handschoen opgenomen. Een boek met onderzoeksresultaten verscheen in 1999 – onder de titel Emily! De koninklijke verloving die niet doorging - bij Uitgeverij Het Spinhuis, de uitgever van Tijdschrift voor Mediageschiedenis. Uitgeverij Het Spinhuis, inmiddels ter ziele, was onderdeel van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

 

Zie verder de toelichtingen bij de artikelen:

Zonder sterk meisje is de kroonprins nergens (NRC Handelsblad, opiniepagina, 26 april 1997)

Perfectionistische koningin heeft haar werk te goed gedaan (Haagsche Courant, opiniepagina, 1 maart 2000)

De drie rechten van Bagehot: zie het artikel, geplaatst op deze website, dat in 2005 werd geschreven voor Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2005.