Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

Haagsche Courant (opiniepagina), 1 maart 2000   


Perfectionistische koningin heeft haar werk iets te goed gedaan   


In de PvdA is een discussie begonnen over de monarchie en premier Kok praat met de vorstin geregeld over modernisering. De vraag is of de monarchie te moderniseren valt. Vierde artikel in een reeks.*

Hoe kan een koningshuis dat onder vuur ligt zich moderniseren? Eén methode lijkt tegenstrijdig: terughalen wat twintig jaar geleden overboord is gegooid. Tot 1980 was het feest in de familiebladen. Nederlanders genoten massaal van mooie foto’s van het gelukkige gezinsleven van de Oranjes. De prinsessen spraken honderduit over hun kinderen.  

Ons taalgebruik toont de verandering sindsdien: we spreken minder over de “koninklijke familie”, maar gebruiken vaker de officiële omschrijving “koningshuis”.  

Staatsrechtsgeleerde Walter Bagehot zag het al in 1867: een familie op de troon maakt het staatsbedrijf begrijpelijk en vooral herkenbaar voor mensen. In mooie plaatjes zien mensen emoties terug die zijzelf ook hebben. Iconografie heet het in een mooi woord: één foto zegt vaak meer dan duizend woorden. In een iconografisch beeld zijn universele, voor ieder herkenbare waarden als rouw en moederschap samengevat. Bagehot signaleerde de kracht van het koninklijke familieleven op een belangrijk moment. De Britse vorsten in de negentiende eeuw hadden hun politieke macht verloren en konden alleen nog politieke invloed uitoefenen. Een vorst is echter niet zomaar invloedrijk. Hij heeft gezag nodig voordat politici naar hem willen luisteren. Hij moet bovendien populair zijn bij de onderdanen. De monarchie moet “gedragen” worden.  

Britse historische en sociaalpsychologische onderzoeken hebben het gelijk van Bagehot aangetoond. “The Royals” waren populair ondanks hun eigenzinnigheid en soms openlijke misstappen. De populariteit was het gevolg van een massaal meeleven met het koninklijke familieleven. Huwelijken, doopplechtigheden en begrafenissen werden vanaf het einde van de negentiende eeuw massale gebeurtenissen. Televisiebeelden, onder meer van de koninklijke bruiloften en de uitvaart van prinses Diana, gingen de hele wereld over en “koninklijke familiealbums” vulden menig boekenkast.  

Als gevolg van de koninklijke iconografie heeft de monarchie in de moderne tijd een sociaalpsychologische betekenis gekregen: mensen willen zich herkennen in koninklijke personen. Wij herkennen iets “gewoons” in wat eigenlijk “buitengewoon” is. Wij kunnen het aanraken, maar net niet, want er zit (soms letterlijk) glas tussen.  

Het recente huwelijk van de Belgische troonopvolger toonde die magie. Ter gelegenheid van de feestelijkheden mocht óók in het koninklijk paleis gefilmd worden. Kijkers waanden zich persoonlijk in die sprookjesachtige omgeving. Alle heimelijke verlangen konden even op de koninklijke personen worden geprojecteerd. Deze projectie is gedeeltelijk een vlucht, want de koninklijke wereld die wij willen zien is een ideale wereld.  

De koninklijke personen moeten het “betere ik” vertegenwoordigen. De roddelbladen laten zien wat er gebeurt als een koninklijke persoon niet het gedrag toont dat de gemiddelde onderdaan wenst van zichzelf en de medemens: de nationale wijsvinger gaat omhoog. Roddelbladen leggen hun oor te luisteren, peilen de gemiddelde moraal en schrijven artikelen waarin koninklijk gedrag veroordeeld of bejubeld wordt.  

Het probleem is dat koninklijke personen geen ideale mensen zijn. Die bestaan immers niet. En de burgermansfatsoen is niet per definitie de persoonlijke moraal van de Oranjes. Heel terecht wordt daarom de privésfeer van het koningshuis afgeschermd. In een land met vijftien miljoen mensen bestaan te veel afwijkende meningen die kunnen worden uitvergroot en overgedragen aan (roddelblad)lezers.  

Tegelijkertijd willen wij Nederlanders wél de illusie hebben dat de koninklijke personen mensen zijn zoals wijzelf. Die illusie hoeft niet strijdig te zijn met de werkelijkheid: de meeste emoties zijn universeel. Mooie foto’s van een gelukkig koninklijk gezinsleven geven onderdanen veel “meeleefplezier”. Als gevolg van de vertedering is er meer draagvlak voor koninklijke misstappen. Sympathieke mensen gunnen we immers eerder iets dan iemand die we toch al niet aardig vonden. De koninklijke personen krijgen voor het delen van hun emoties een vergrote populariteit terug. Want wie zegt dat koningin Beatrix zo’n koude vrouw is? Is dat de mening van de roddelbladmakers omdat zij zo weinig informatie over privézaken krijgen? Of is het beeld ontstaan omdat wij de koningin alleen maar tijdens openbare gelegenheden zien “acteren”? De perfectionistische koningin heeft haar werk iets te goed gedaan: zij toont weinig emoties en verhindert daarmee “meeleven” van haar onderdanen. Andere koninklijke personen geven evenmin veel bloot. Het resultaat is dat de betrokkenheid van de onderdanen bij de koninklijke familie nog maar klein is. De bladen puilen nu uit van andere beroemde personen.  

De republikeinen sloegen toe op het moment dat vele Nederlanders het beeld hadden gekregen van Beatrix als een harde, eigenwijze en koude vrouw die zich óók nog eens bemoeit met andermans zaken. De professionele koningin paste perfect bij de zakelijke tijdgeest van de jaren tachtig. Inmiddels leven wij in een tijd waarin familiewaarden weer heilig zijn verklaard. Het imago van koningin Beatrix is nauwelijks aangepast aan de nieuwe tijd. Een paar foto’s of openhartige interviews, die een genuanceerd beeld tonen, doen waarschijnlijk wonderen voor de gehavende populariteit van de Oranjes.   


Toelichting achteraf (najaar 2015):  

Inhoudelijk is dit opinie-artikel in De Haagsche Courant gebaseerd op onderzoeksresultaten die gedeeltelijk zijn gepubliceerd in het mediahistorische artikel "De familie op de troon" (Tijdschrift voor Mediageschiedenis 1998) en de mediahistorische studie Emily! De koninklijke verloving die niet doorging  (Amsterdam 1999). De titel is een samentrekking van twee dingen: (1) het jarenlange gevleugelde motto van de Volkskrant dat ook het volgen van kroonprinselijke vriendinnen “nieuws” is en (2) de krantenkop van NRC Handelsblad bij het artikel dat “het uit is” terwijl Emily Bremers als "vriendin" jarenlang “non-nieuws” is geweest voor de krant. Samen drukken zij de essentie van het probleem uit gezien vanuit het journalistieke perspectief: anticiperend op een officiële verlovingsmededeling hadden in 1998 alle mainstream media journalistieke producties, waaronder onderzoeksjournalistiek naar de persoon van Emily Bremers en haar (controversiële) familie, klaarliggen voor publicatie.

In dit boek is de Kwestie-Emily! gereconstrueerd via citaten uit gepubliceerde artikelen in zowel roddelpers als kwaliteitsmedia in de periode 1994-1998. Op drie analytische niveaus is op speelse wijze de kwestie gereconstrueerd in een postmodernistische vorm waarin vorm en inhoud samenvallen (mediahypes in een tijdperk van “snel nieuws” en roddelbladen die soap opera’s creëren). Als gevolg daarvan hebben citaten, binnen de ironische schrijfstijl die hoorde bij de Emily!- verslaggeving in de Volkskrant, een meervoudige functie zodra een lezer gaat nadenken en doordenken. 

In Emily! De koninklijke verloving die niet doorging is op drie analytische niveaus gereconstrueerd hoe roddelpers en kwaliteitspers in een paringsdans terecht kwamen bij gebrek aan een betrouwbare instantie om te controleren of Emily Bremers slechts een vriendin van de kroonprins was of ook de aanstaande koningin-echtgenote was. Emily Bremers en haar familie voedden zelf de (roddel)pers. Het roddelblad Weekend had in januari 1995 de primeur: "Met dit meisje gaat Willem-Alexander trouwen". 

Weekend was daarmee heel stellig: Emily Bremers werd niet gepresenteerd als simpelweg de nieuwe vriendin, nee, ze was meteen ook degene met wie de kroonprins ging trouwen. In interviews verdedigden de makers van het blad zich: het blad had goede bronnen om dit beweren. Een week later, nadat de Volkskrant een paginagroot achtergrondartikel aan het fenomeen had gewijd, bevestigde de vader van Emily Bremers het grote nieuws in een interview met Weekend. De Rijksvoorlichtingsdienst ontkende huwelijksplannen, maar de media-aandacht bleef groot. 

Het tweede analytische niveau van deze studie was hoe de roddelbladen een real life soap opera creëerden. Als gevolg van sociaalpsychologische redenen bestond daarvoor een grote behoefte bij lezers. De roddelbladen speelden daarbij rechtstreeks in op de publieke moraal. Deze lijn is op verzoek van de redactie van de Haagsche Courant nader uitgewerkt in dit artikel. Het derde analytische niveau van het boek was de werking van het journalistieke frame: het creëren van mediahypes rondom pseudo-gebeurtenissen. Deze lijn is verder uitgewerkt in het mediahistorische artikel “Koninklijke Mediathon” en gepubliceerd in de wetenschappelijke bundel Journalistieke Cultuur (2002). Alle drie de mediahistorische publicaties zijn verouderd omdat de Rijksvoorlichtingsdienst en het Koninklijk Huis het beleid bijstelden terwijl ook in het medialandschap veel veranderde.

Na "koninklijke mediathon" deed ik geen onderzoek meer naar deze meervoudige problematiek, maar keerde terug naar hetgeen ik reeds voor 1998 mee bezig was (voordat ik gevraagd was om een bijdrage te leveren aan Tijdschrift voor Mediageschiedenis over de beeldvorming van de Oranje-monarchie). Alle drie de mediahistorische onderzoeken zijn verricht op eigen initiatief, maar met complete medewerking van de Rijksvoorlichtingsdienst. De Rijksvoorlichtingsdienst heeft, op het niveau van de hoofddirecteur, in 1998 en 1999 voortijdig mediahistorische onderzoeksresultaten gekregen die ik zelf niet wilde publiceren. Het beleid van de Rijksvoorlichtingsdienst is mede gewijzigd op grond van deels ongepubliceerde onderzoeksresultaten. 

Een aantal onderzoeksresultaten zijn nooit gepubliceerd. Aangezien alle onderzoek op eigen initiatief werd verricht zonder enige vorm van contractvorming met de Rijksvoorlichtingsdienst of het Koninklijk Huis: er is nooit sprake geweest van het tekenen van geheimhoudingsclausules. Alle ongepubliceerde onderzoeksgegevens berusten in eigen archief en niet in die van de Rijksvoorlichtingsdienst of het Koninklijk Huis.

Persoonlijk ben ik nooit geïnteresseerd in de persoon van Emily Bremers, maar alleen in haar rol als "koningin in de roddelbladen" terwijl evident was dat er geen maatschappelijk draagvlak voor een huwelijk en sinds haar introductie door Weekend duidelijk sprake was van manipulatie. En passant had ik mededelingen gedaan in een opinie-artikel in NRC Handelsblad  in april 1997 dat veel response had opgeroepen (zie elders op deze website). Er kwamen daarom vragen toen het plotseling "uit" bleek te zijn: teveel mensen hadden iets gemist op het moment dat het gepubliceerd werd. De eerste analytische laag van het boek is daarom geschraagd door het publiceren van bewijsvoering van manipulatie. Het is in de toekomst aan de Weekend-journalisten, die zich in de periode 1994-1998 konden beroepen op hun journalistieke verschoningsrecht om hun bronnen te beschermen, nadere toelichting te geven. 

Het postmodernistische boek Emily! was slechts bedoelde om geïnteresseerden de kans te geven om op basis van citaten uit de roddelbladen en de belangrijkste interviews met hun makers in de kwaliteitsmedia, reproductie van beeldmateriaal en contrasterende mededelingen in de pers zelf de kans te geven om nadere conclusies te trekken. 

Het mediahistorisch onderzoek - waaronder systematisch onderzoek in alle gepubliceerde artikelen in zowel populaire media als kwaliteitskranten - werd vanuit eigen perspectief primair verricht met oog op academische bewijsvoering dat Walter Bagehot een vooruitziende blik had in 1867. In de tijd van de massamedia (na de Tweede Wereldoorlog) kreeg zijn visie, die legendarische proporties had gekregen, een dynamiek met sociale en politieke gevolgen op een wijze die ondenkbaar was in de negentiende eeuw. Uit het Emily!-onderzoek, waarvan alleen de onderzoeksresultaten op het terrein van mediahistorie en communicatiewetenschappen zijn gepubliceerd, kwam wel naar voren dat een aantal Nederlandse media niet zonder gegronde reden in negatieve zin klaar stonden voor een huwelijksaankondiging. Dit is verder ongepubliceerd gebleven. De belangrijkste reden is dat Emily Bremers een Nederlands staatsburger was (en is). 

De titel Emily! De koninklijke verloving die niet doorging had een symbolische waarde. Emily! was de leus die jarenlang rondwaarde op de redactie van de Volkskrant: met een zekere weerzin hielden redacteuren zich ook bezig met het fenomeen "kroonprinselijke vriendin" en de mogelijkheid dat de Rijksvoorlichtingsdienst vrij onverwachts een mededeling tot huwelijksaankondiging zou doen. "De koninklijke verloving die niet doorging" was de kop van een groot artikel in NRC Handelsblad in 1998 nadat Emily Bremers op de stoep voor haar Haagse woning een persconferentie gaf: "Het was uit" met de kroonprins. NRC Handelsblad publiceerde in dit artikel alsnog journalistiek onderzoek waaraan jarenlang was gewerkt ter voorbereiding op een mogelijke huwelijksaankondiging. Op deze onthutsende ontknoping volgden vragen aan de minister-president binnen de Tweede Kamer. De kwestie-Emily was een sluipenderwijs een politieke kwestie geworden omdat parlementaire goedkeuring voor een kroonprinselijk huwelijk vereist is. 

Het boek Emily! De koninklijke verloving die niet doorging beantwoordde bewust niet de vraag die journalisten met dit onderwerp in de portefeuille jarenlang in de ban hield: was het waar dat koningin Beatrix een huwelijksvoornemen voortijdig had gesmoord? Dat is een vraag die historici alleen kunnen beantwoorden als de historische archieven opengaan en ook zichtbaar wordt wat leden van het Koninklijk Huis - buiten zicht van de Rijksvoorlichtingsdienst om - precies deden. Op de korte termijn vielen in 1999 alleen tegenstrijdige beweringen te noteren en konden slechts literatuurverwijzingen gegeven worden waarmee toekomstige historici verder kunnen werken. Aan journalisten is desgewenst alleen medegedeeld dat mijn professioneel archief gesloten zou blijven tot er goede redenen zijn om gevoelig materiaal in de openbaarheid te brengen.

Uit het boek komt alleen mijn persoonlijke visie indirect naar voren. Indien koningin Beatrix Emily Bremers afwees als schoondochter, een bewering van roddelblad Weekend met als mededeling binnen de kwaliteitsmedia dat het blad over deugdelijke, anonieme bronnen beschikte: dan had dit waarschijnlijk eerder te maken met de geschiktheid van Emily Bremers voor de functie van koningin-echtgenote dan dat in twijfel werd getrokken dat Emily voor haar zoon "de ware liefde" was. Een restoplage van het boek Emily! De koninklijke verloving is daarom voortijdig uit de handel gehaald en professioneel vernietigd nadat duidelijk werd dat Máxima Zorreguieta the winning horse was in de ogen van zowel koningshuis als meerderheid van de Nederlandse bevolking. 

De persoon van Emily Bremers raakte vergeten, maar het mediahistorische fenomeen Emily! had in september 1999 wel voor de mediahype Máxima! gezorgd en een politieke controverse veroorzaakt die het koningschap direct in het hart raakte: als gevolg van de precedentwerking van Emily! gingen de media een huwelijkskandidate toetsen op geschiktheid voor de functie van koningin-echtgenote door te focussen op de achtergronden van de familie en met name op de maatschappelijk gevoelig vraag of een vader "goed" of "fout" was in de ogen van een potentieel substantieel deel van de Nederlandse bevolking.  


* Dit concrete artikel is in maart 2000 geschreven op het moment dat er – in verlengde van de Emily!-pers – reeds een controverse rondom Máxima Zorreguieta als mogelijke huwelijkskandidate was ontstaan. Het artikel werd geschreven op verzoek van de redactie opinie van de – inmiddels ter ziele – Haagsche Courant, een kwaliteitskrant voor de regio Den Haag. Het artikel was onderdeel van een serie waarin diverse deskundigen zich mochten uitlaten over de vraag of modernisering van het koningschap noodzakelijk was na alle tumult rondom publiciteitsvraagstukken en openbaar geuite twijfel over het functioneren van het Nederlandse koningschap. Deze discussie was concreet uitgelokt door een uitspraak van de toenmalig minister-president Wim Kok in interview met het weekblad Elsevier. In april 2000, toen de serie in De Haagsche Courant reeds liep, gooide toenmalige D66-voorman Thom de Graaf vervolgens de knuppel in het hoenderhok door voor de camera’s van RTL-nieuws te pleiten voor een modernisering van de monarchie via een grondwetsherziening: "de Koning" niet langer deel te laten uitmaken van de regering (artikel 42 Grondwet). De discussie over de modernisering van de monarchie kreeg daardoor primair een politiek karakter. De regering reageerde vervolgens met de officiële notitie "Het koningschap" (2000). Hierin werd de staatsrechtelijke functie van het Nederlandse koningschap vergeleken met het Britse koningschap, dat bij gebrek aan een geschreven Grondwet grotendeels op gewoonterecht en conventies is geschoeid. Verder werden toezeggingen gedaan omtrent verbetering van de publiciteit rondom het koningshuis. Op 28 april 2000 vertelde koningin Beatrix in een televisie-interview met de NOS hoe zij zelf tegen haar koningschap aan keek, over de kritiek die zij kreeg en het populariteitsvraagstuk.  

* Via de "Notitie Koningschap" (2000), die volgde op de maatschappelijke discussie waarbinnen de Haagsche Courant een discussie startte op de opiniepagina, werd een deel van het Britse gewoonterecht geïnstitutionaliseerd in het Nederlandse staatsrecht. Het ging om de visie van Walter Bagehot (redacteur van het liberale tijdschrift The Economist) dat de koninklijke macht was "teruggedrongen" tot "drie rechten". Zie elders op deze website: een historische reconstructie naar de "drie koninklijke rechten" van Bagehot in zowel Groot-Brittannië als Nederland. Dit artikel werd in 2005 gepubliceerd in Parlementair Jaarboek 2005


Nadere toelichting in voorjaar 2017: 

Leunend op methoden die ontwikkeld zijn binnen de internationale geschiedschrijving is voor het boek Emily! De verloving die niet doorging iin 1999 bewust gebruik van een literaire, postmoderne presentatievorm. Het onderliggend onderzoek is verricht op basis van de standaardeisen voor conventioneel historisch bronnenonderzoek en wetenschappelijke analyse. Een kleine groep aan postmoderne historici zetten in dezelfde periode echter de mogelijkheid tot een waarheidsgetrouw geschiedenisonderzoek op scherp. Deze historiografische discussie - slechts gevoerd binnen een selecte groep maar met een brede uitstraling naar de totale geschiedschrijving - bereikte internationaal in de jaren 1990-2000 een hoogtepunt en bemoeilijkte daarmee mijn eigen onderzoek in de breedte. Tegelijkertijd ontwikkelde zich in de periode 1990-2000 vanuit het Engelse taalgebied het gebruik om een synthese van historisch onderzoek in verhaalvorm te presenteren. 

Geïnspireerd door de Britse geschiedschrijving heb ik persoonlijk altijd gewerkt vanuit conventionele werkwijzen, maar wel steeds gebruik gemaakt van historiografische inzichten. De ontwikkelingen in de internationale media en geschiedschrijving zijn daarom altijd gevolgd. Zij worden voor Hereditas Historiae alleen gepubliceerd vanuit een oogpunt van hedendaagse maatschappelijke relevantie. Een weerspiegeling van de conventionele historische werkwijzen en de historiografische discussie is terug te vinden in de citaten zoals bijeengebracht in de secties "In pursuit of truthful history stories" en "History & Historiography". 

Het hoofdonderzoek waaraan sinds ca. 1995 gewerkt wordt: dit is een historisch onderzoek naar de Britse constitutional monarchy en de vergelijkende wijze waarop een aantal andere Europese monarchieën zich ontwikkeld hebben in de negentiende en twintigste eeuw. Noodzakelijkerwijs zijn daarom de Amerikaans-Britse historiografische conventies en media-ontwikkelingen altijd mijn uitgangspunt geweest. Gedeeltelijk als autodidact is dit ontwikkeld sinds de middelbare school als gevolg van een voorliefde voor Britse geschiedenis, aangescherpt door persoonlijke contacten met Britse historici tijdens onderzoek in Groot-Brittannië en verder geperfectioneerd aan de Universiteit van Amsterdam waar gekozen werd voor interdisciplinair onderzoek onder de "preciezen" in het vak. Deelonderzoeken werden en worden op diverse wijze, waaronder in printvorm en via deze website, gepubliceerd. De presentatiewijze wordt aan ieder te publiceren deelonderzoek aangepast. 

De opinie-artikelen geschreven voor de Volkskrant en NRC Handelsblad in de jaren 1990: deze volgden de synthetische schrijfwijze zoals gebruikelijk is in de Amerikaanse en Britse kwaliteitsmedia. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is deze werkwijze nog altijd gebruikelijk, de Nederlandse media zetten echter na 1995 een scherpe koerswijziging in onder druk van terugvallende oplagecijfers van dagbladen en (opinie)weekbladen. Dit proces wordt weerspiegeld in Emily! De verloving die niet doorging en het daarop volgende artikel "Koninklijke Mediathon", maar maakt tegelijkertijd dat alle publicaties inhoudelijk zwaar verouderd zijn.

Het artikel "Koninklijke mediathon" is gepubliceerd in de bundel Journalistieke cultuur in Nederland  (Amsterdam University Press, 2002). De succesvolle bundel werd een veel gebruikt boek bij journalistieke opleidingen en is twee maal herdrukt. In 2015 is het boek vervangen door een geheel andere bundel met dezelfde titel. Dit concrete artikel komt er met opzet niet meer in voor en is evenmin vervangen door een vernieuwde bijdrage over de relatie tussen koningshuis en media. De bundel uit 2002 is volgens Villamedia, het vakblad voor journalisten, een standaardwerk geworden voor journalisten-in-opleiding en de nieuwe editie is volgens de recensent meer dan ooit 'verplichte kost' voor een nieuwe generatie studenten journalistiek (Alexander Pleijter, Villamedia, mei 2015). 

Waar de eerste editie van Journalistieke cultuur in Nederland nog primair een selectie was van bijdragen van deelnemers aan een succesvol wetenschappelijk congres gehouden in 2000, daar is de nieuwe editie primair gericht op de universitaire opleidingen journalistiek. In de woorden van de samenstellers: 'De eerste editie bevatte een dwarsdoorsnede van het toenmalige onderzoek door een bont gezelschap van vooral communicatiewetenschappers, sociologen, historici en belangstellende journalisten. Sinds die tijd is niet alleen het aantal wetenschappers die zich met de journalistiek bezighouden sterk gegroeid, maar ook het aantal universitaire opleidingen.' Met oog op de veranderingen in zowel het journalistieke ambacht als de opleidingen voor journalisten is daarom voor de 2015-editie gekozen voor een volledig nieuwe opzet met merendeels nieuwe auteurs. 'Alle bijdragen zijn tot stand gekomen in het perspectief van de ontwikkelingen van het afgelopen decennium, en het resultaat laat tamelijk adequaat de huidige variatie aan academische benaderingen van de journalistieke professie zien.' De samenstellers beogen met de volledig vernieuwde bundel een reflectie op wetenschappelijke vraagstukken in het debat over journalistiek en de journalistieke cultuur in Nederland. 'Het boek beoogt aldus bruikbaar te zijn voor het onderwijs op universiteiten en hogescholen, zoals dat ook in de afgelopen tien jaar al ruimschoots het geval gebleken is. Tevens is deze bundel een uitgangspunt voor verder onderzoek en reflectie voor eenieder die zich door beroep of belangstelling betrokken voelt bij de journalistiek.'  (Voorwoord Jo Bardoel en Huub Wijfjes, Journalistieke Cultuur in Nederland, Amsterdam University Press 2015). 

Persoonlijk behoor ik sinds 2002, de publicatie van de eerste editie van Journalistieke cultuur in Nederland, alleen nog maar tot de tweede doelgroep en draag via deze website een steentje bij via de selectie aan artikelen uit de internationale pers in de sectie "A post-truth world?"


Deze tweede toelichting is geschreven na voltooiing van de secties van Hereditas Historiae gericht op de publieke discussie over de betrouwbaarheid van de media in een "post-truth world" en de daaraan gekoppelde vraag naar waarheidsgetrouwe geschiedschrijving. In essentie gingen de mediahistorische studies, zoals gepubliceerd in Emily! De koninklijke verloving die niet doorging, en "Koninklijke mediathon" (Journalistieke cultuur in Nederland) over dit dilemma: de (on)mogelijkheid tot verificatie door journalisten en op de lange termijn door historici die kranten en tijdschriften als "secundaire bron" willen gebruiken.Deze twee secties worden summier up-to-date gehouden.


De gebruikte foto's zijn afkomstig van de website van de Rijksvoorlichtingsdienst, www.koninklijkhuis.nl. Zij zijn - blijkens schriftelijke mededeling van de Rijksvoorlichtingsdienst aan mijn persoon in 2013 - vrij voor verdere verspreiding op voorwaarde dat het copyright worden vermeld. Ze worden hier gebruikt om de inhoud van de in 2000 gepubliceerde tekst en het nawoord achteraf te schragen: ze vormen het belangrijkste bewijs dat het beleid werd bijgesteld. De foto van koningin Beatrix met twee kleinkinderen, Luana en Zaria, werd gemaakt in juni 2006. De foto is gemaakt door Jeroen van der Meyde en het copyright ligt bij de RVD/Fotogeniek.