Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

Juliana’s oorlog

 

Prinses Juliana was tijdens Canadese ballingschap de gast van prinses Alice, de echtgenote van de Britse gouverneur in Canada. Prinses Alice was ook de kleindochter van de presbyteriaans ingestelde Britse koningin Victoria. Als dochter van koningin Emma’s jongere zusje Helena van Waldeck-Pyrmont was Alice daardoor één van Wilhelmina’s belangrijkste pionnen in de internationale dynastieke relaties. [1]Alice nam Juliana bij aankomst op in haar residentiewoning voordat ze een eigen woning vond en bleef haar als gouverneursvrouw begeleiden. [2]


Staatsieportret van prinses Alice als "Viceregal Consort of Canada". Copyright: Canadian National Archives.


Beide prinsessen probeerden zich nuttig te maken tijdens de oorlog. Zowel Juliana als Alice gingen daarbij schetsmatig te werk: omdat niemand wist hoe de oorlog zou gaan uitpakken was onduidelijk hoe adequaat een bijdrage kon worden geleverd. De Canadese elite was nog niet ingesteld op een sober leven zonder verspillingen en fabrieken lagen grotendeels stil totdat vrouwen vanaf het platteland werden geworven om het werk over te nemen.

Alice was zelf een product van de Britse ‘welzijnsmonarchie’ die zich al ruim een eeuw gestaag had ontwikkeld: de Britse koninklijke familie stond aan het hoofd van een leger aan liefdadigheidswerkers. Binnen een private sociale politiek werd geld gedoneerd en medewerking gegeven aan het stichten van instellingen op het gebied van gezondheid en educatie. Boven alles waren koninklijke personen persoonlijk actief.  

Van jongs af aan werden de royals getraind om de behoeftigen en de zieken te helpen door bijvoorbeeld maaltijden rond te delen. Een van huis uit meegekregen discipline en bekendheid met de zorgen van sociaal behoeftigen zorgden voor een sterk gevoel voor verantwoordelijkheid, stabiliteit en zelfcontrole. Het koninklijke motto Ich dien – ‘Ik dien’ – was volgens Alice allesbehalve inhoudsloos. ‘Koninklijk zijn’ betekende niet een luxe leventje te leiden, maar was een voorbestemming om de natie te dienen. [3]

Alice vond de opstelling van haar nichtje in ballingschap fantastisch. Juliana toonde zich niet ontevreden, maar zette zich ten volle in voor alles wat tijdens de oorlog noodzakelijkerwijs moest gebeuren. Juliana was één van de eerste bloeddonoren, hield regelmatig de wacht bij ziekenhuispatiënten en hielp in een liefdadigheidswinkel. Juliana en Alice’s dochter May overwogen zelfs om de gordijnen van de gouvernementele residentiewoning te verknippen tot bruikbare kleding. [4]  


Prinses Alice in Royal Canadian Air Force uniform, ca. 1942. Copyright: Library and Archives, Canada.


In Juliana’s vergeten oorlog worden Alice’s openhartige memoires gedeeltelijk gebruikt als onderdeel van een boeiend betoog dat Juliana dankzij de oorlog de mogelijkheden kreeg om haar vleugels uit te slaan. Jolande Withuis probeert ook Juliana’s beleving te reconstrueren. Zij stelt veel vragen, om vervolgens te constateren dat antwoorden niet te geven zijn omdat het bronnenmateriaal daarvoor te schaars is. Juliana’s gemoedstoestand was in de eerste oorlogsdagen waarschijnlijk stabiel. In een losse, meisjesachtige stijl schreef zij hartelijke, geruststellende brieven aan haar vriendinnen over haar eigen situatie en toonde zich optimistisch over de strijdwil in Nederland en elders: ‘De Nederlanders waren en zijn gewèldig in de oorlog – zoiets van fel en verbeten het hele volk als één man. In Indië moet de stemming net zoiets zijn, hoor ik. De Engelsen zijn ontzaglijk gastvrij voor ons allen. (..) Je hebt nooit zo schouder aan schouder gestaan met je medemens in je vaste wil tot overwinning en in al je leed’. [5] Een smaakvol aangezet betoog over Juliana’s mentale ontwikkelingsgang wordt echter niet doorgezet in de rest van het boek, een voorpublicatie van een nog te verschijnen biografie. Juliana’s vergeten oorlog ontpopt zich tot een pamflet. Juliana had in het verleden persoonlijk meegewerkt aan publicaties over haar oorlogsinspanningen. Juliana had echter geen inzage gegeven in privécorrespondentie. Vermoedelijk omdat ze niet bedoeld was openbaar gebruik.

Zestig jaar later bleken bruikbare privédocumenten wél te bestaan. Cees Fasseur had de correspondentie mogen gebruiken, maar aan Jolande Withuis werd dit vervolgens geweigerd in haar poging om Juliana’s belevingswereld nader te reconstrueren. ‘Helaas mogen wij maar een selectieve blik werpen in deze bijzondere correspondentie, namelijk via Fasseurs interpretatie en via zijn, overigens ruime, citaten uit de brieven. Nadat hij de briefwisseling had bestudeerd voor zijn biografie van Wilhelmina en zijn boek Juliana & Bernhard moesten de brieven in hun zuurvrije omslagen weer terug achter slot en grendel in het Koninklijk Huis Archief. Dit neemt niet weg dat het door Fasseur gepresenteerde materiaal voor mijn biografie van Juliana van eminent belang is. Ik zal er in deze uitgave dan ook veelvoudig gebruik van maken, aangevuld met zo veel mogelijk ander materiaal over Juliana’s tot nu toe verbazend weinig ontgonnen oorlogsjaren.’ [6]


Prinses Juliana en haar gezin, tijdens een bezoek van prins Bernhard en koningin Wilhelmina, in 541 Acacia Avenue, Ottowa, Canada. 1943. Het is een foto's die een wat eenzijdig beeld heeft opgeroepen waar Jolanda Withuis zich tegen verzet. Copyright: Library and Archives, Canada.


Withuis’ tweede slag is gericht tegen auteurs die Juliana’s oorlogsinspanningen genegeerd zouden hebben en een huismus van haar gemaakt hadden. Precies tien jaar na Juliana’s overlijden kwam zij met een provocerende lezing: er was sprake van geschiedvervalsing. De Volkskrant meldde het nieuws al voordat de rede was uitgesproken voor het Koninklijk Nederlands Historisch  Genootschap en maakte voor integrale publicatie talrijke pagina’s vrij in de zaterdageditie. [7]

In Juliana’s vergeten oorlog kwam een follow-up. Het werd een controversieel boek in de kolommen van NRC Handelsblad. Jolande Withuis kreeg in een uitgebreid interview de kans om haar grieven te uiten. Geschiedschrijvers hadden ontkend dat Juliana in Canada, ver weg van haar bevoogdende moeder en man, een stevige en zelfstandige vrouw was geweest. [8]

In de boekenbijlage volgde een lovende recensie, maar wel met een kritisch slotopmerking: het was curieus dat Jolande Withuis niet inging op de inhoud van het boek Juliana van Bert van Nieuwenhuis. ‘Evenals Withuis besteedt deze journalist aandacht aan Juliana’s weggemoffelde inspanningen voor de geallieerde oorlogsvoering. Op onwetendheid van Withuis kan deze nalatigheid niet berusten. Het werkje van Van Nieuwenhuizen prijkt op haar literatuurlijst. Is dit jalousie de métier of gewoon slordigheid?’ Een bizarre rectificatie op rectificatie in NRC Handelsblad volgde. [9]

Inderdaad heeft Bert van Nieuwenhuis in zijn biografische schets met een identiek uitgangspunt uitgebreid stilgestaan bij Juliana’s oorlogsinspanningen. [10] Jolande Withuis noemt Van Nieuwenhuizen slechts in een noot als één van de personen die kanttekeningen heeft geplaatst heeft bij het breed door Fred Lammers en de NOS uitgedragen beeld dat Juliana in Canada een onopvallend leven leidde gericht op haar jonge gezin. [11] In de lopende tekst richt Withuis haar peilen op Lou de Jong en het NIOD. Snerend beschrijft Withuis dat De Jong op de hoogte moet zijn geweest van Juliana’s politieke activiteiten, maar haar welbewust heeft gekleineerd. Zijn republikeinse meelezers hadden het liefst gezien dat over Juliana werd gezwegen in het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.

Withuis, een sociologe, is sinds 1999 als onderzoeker verbonden aan het NIOD. Daarvoor doceerde zij vrouwenstudies aan de Vrije Universiteit en schreef met een feministisch en socialistisch uitgangspunt. [12] Gezien deze achtergrond was het wellicht voor haar een late openbaring dat Juliana zich actief had ingezet voor oorlogswerkzaamheden en politiek getinte redevoeringen hield. Juist Fred Lammers heeft deze gedeeltelijk gepubliceerd. [13]  

Lammers is vooral bekend geworden via informatieve, zwaar geïllustreerde boeken die gepubliceerd werden in het verlengde van (protestantse) geïllustreerde tijdschriften. Dit waren marktgerichte publicaties die primair iets zeggen over de (massa)psychologie van de onderdaan. Koningin Juliana werkte mee aan dit type publicaties en gaf gelegenheid voor fotosessies, maar koningin Beatrix zette het roer om. Pas na kritiek dat zij daarmee ook het draagvlak van haar koningschap ondermijnde, kwamen de fotosessies weer terug. [14]

Jolande Withuis heeft haar reconstructie kunnen maken op basis van gedenkboeken die rond Juliana’s inhuldiging zijn verschenen. Voor koningsgezinden en monarchiedeskundigen bevat het daarom veel oud nieuws, maar dat neemt niet weg dat Juliana’s vergeten oorlog een informatief boek is geworden waarin Juliana’s sociale en politieke oorlogsinspanningen nader worden geïnventariseerd. Juliana wordt beschreven als een zelfbewuste dochter van een ‘Landsvrouwe’ die een religieus getinte rechtvaardige oorlog streed.  

Als gevolg van Juliana’s persoonlijke wens mogen haar persoonlijke archivalia pas 50 jaar na haar dood ingezien worden. Het wordt interessant hoe Withuis de combinatie van vrouwelijke eigenwaarde en religie nader wil gaan uitwerken zonder Juliana’s postume medewerking.  

 

N.a.v. Jolande Withuis, Juliana’s vergeten oorlog. De Bezige Bij, 2014. ISBN 9789023484790. E 14,90.

 

[1]  Irène Diependaal, Emma. Hoedster van Wilhelmina’s Erfenis (z.p. 2013) 309-318, 322.

[2]  R. Marsman, Haar werk ging door. Prinses Juliana in Noord-Amerika (’s-Gravenhage 1948) passim.

[3]  For my grandchildren. Some Reminiscences of Her Royal Highness Princess Alice (London 1966) 250-251.

[4]  For my grandchildren, 4-7. Frank Prochaska, Royal Bounty. The Making of a Welfare Monarchy (New Haven & Londen 1995) 167, 261-262.  

[5] Juliana’s vergeten oorlog, 21.  

[6] Juliana’s vergeten oorlog, 35.  

[7] De Volkskrant, 8 en 9 november 2013. De lezing is beschikbaar via www.niod.nl.  

[8] NRC Handelsblad, 8 maart 2014.  

[9] NRC Handelsblad, 14 maart 2014. Rectificaties: 18, 19 en 22 maart 2014.  

[10] Juliana. Maatschappelijk werkster met een kroon (Soesterberg 2004) 29-43; Juliana. Een onderschatte vorstin (Soesterberg 2009) 29-43.  

[11] Noot 17 bij hoofdstuk 3, “Leesplankje”.  

[12] NRC Handelsblad, 8 maart 2014. Jolande Withuis, De jurk van de kosmonaute. Over politiek, cultuur en psyche (Amsterdam/Meppel 1995).  

[13] Fred J. Lammers, Tot u spreekt Hare  Majesteit de Koningin (Baarn 1974) 7-13.  

[14] Vgl. Irène Diependaal, ‘De familie op de troon. Het beeld van Oranje in populaire tijdschriften’, Tijdschrift voor Mediageschiedenis 1, nummer 2, december 1998, 69-94. Irène Diependaal, ‘Beatrix weigert het oranjevolk te geven waar het om vraagt’, De Volkskrant, opiniepagina, 28 november 1998. Het gelegenheidsonderzoek, gedaan op verzoek van de redactie van TvG ter gelegenheid van een themanummer over de monarchie, is verricht met medewerking van de Rijksvoorlichtingsdienst. 


Dit essay review is geschreven op verzoek van de redactie van Protestants Nederland. Het is gepubliceerd in Protestants Nederland 81 (april) 117-119.