Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

Juliana’s koninklijke missie

 

'Het zal de minister-president toch niet ontgaan zijn dat bij de troonsbestijging van de Koningin een aspect naar voren is gekomen wat voordien niet aanwezig is geweest bij welke troonsbestijging dan ook, namelijk het volkomen vaardig worden van de Koningin zelf om allerhoogste mensenbelang te dienen in naam van God. Onder de diepste aandacht van de minister-president wordt het volgende voorgelegd, dat het Nederlandse volk een kern in zich draagt die in de menselijke evolutie als toonaangevend dragend is bestemd en dat zich dit gemanifesteerd heeft juist op de dag der troonsbestijging zelf.'  

Zo sprak de gebedsgenezeres Greet Hofmans tot minister-president Willem Drees. 'De koningin bracht me met haar in contact op Soestdijk, in de hoop dat ze iets zou kunnen doen voor mijn gezondheid', aldus Drees. Een tweede gesprek in Den Haag op 25 februari 1949, daags na een kabinetscrisis over Nederlands-Indië, kreeg een andere wending. 'Daarbij bleek duidelijk, zij het in vage bewoordingen, dat zij politieke invloed wilde uitoefenen en mij wilde doen beseffen hoe overwegend de positie van de koningin in dit opzicht moest zijn. Na over de Indonesische kwestie iets te hebben gezegd en verder gaande in een orakeltaal, die mij niet veel wijzer maakte, vroeg ze mij of ik niet wilde opschrijven wat zij zei. Ik had kunnen antwoorden dat het beter was als zij na het gesprek mij een schriftelijke uiteenzetting zond, maar ik heb haar verzoek niet willen weigeren en haar woorden verder letterlijk opgetekend.' Hofmans wilde veranderingen in het politieke bestel. De Allerhoogste had aan de koningin, op de dag van haar troonsbestijging, de opdracht gegeven om het Nederlandse volk te verheffen, een nieuwe broederschap met Nederlands-Indië te vormen en de minister-president behoorde daarbij niet in de weg te staan. 'Het gaat erom dat die minister-president vooral zijn activiteit in deze stroom levendig houdt en zijn activiteit in de genoemde sferen bewust en beslist terugtrekt, daar dit zeer spanning gevend is in het beleid zelf en het een voortdurend zwenken is tussen twee wallen.' De politieke tendens was volgens Drees even duidelijk als de bewoordingen onduidelijk waren. 'Ik zei niets en hoorde haar onbewogen aan. Ze had mensenkennis genoeg om tenslotte te zeggen: "Ik merk wel op welke weerstand ik hier stuit."' [1]  


Koningin Juliana ondertekent het Koninkrijksstatuut, Den Haag 1954. NA/Collectie Spaarnestad/NFP. De fotograaf is onbekend.


Een nieuw, ontluisterend beeld

De Soestdijk-kwestie, waarin Hofmans een sleutelrol speelde, staat centraal in de biografie die Jolande Withuis over koningin Juliana schreef. Deze biografie is de laatste zet in een historiografische loopgravenoorlog. Het begin hiervan is de jarenlange strijd van Beel-biograaf Lambert Giebels om inzage te krijgen in het rapport van de zogeheten Commissie-Beel, een driemanschap van staatslieden dat koningin Juliana en prins Bernhard in 1956 van advies diende. Buiten het Koninklijk Huis gingen archivalia steeds meer open en het werd duidelijk dat de controverse rond Greet Hofmans groter was geweest dan een huiselijke ruzie over een gebedsgenezeres. De weigering tot openbaar maken werd daarom een politieke kwestie. [2] In plaats van te volstaan met het internationale gebruik van een wetenschappelijk verantwoordelijke bronnenpublicatie over het rapport, vroeg koningin Beatrix aan Cees Fasseur een boek te schrijven over de huwelijkscrisis en gaf hem, de notarieel verzegelde dagboekaantekeningen van haar moeder Juliana uitgezonderd, exclusief toegang tot tal van archivalia binnen het Koninklijk Huisarchief.

Fasseurs boek was daarom bij voorbaat controversieel. Jolande Withuis is van één van de historici die publiekelijk de vraag stelt of Fasseurs bronnen, gecombineerd met andere bronnen, uitnodigen tot een andere visie. [3] Het verschil tussen Juliana's eigen woorden in brieven en de conclusies van Fasseurs interpretatie van Juliana's daden is groot. Withuis wenste daarom een biografie schrijven met behulp van psychohistorische inzichten, een historiografisch controversiële werkwijze die internationaal tot zowel omstreden als gelauwerde biografieën heeft geleid. [4] Withuis kreeg geen toegang tot het Koninklijk Huisarchief voor controlerondes op Fasseurs werk, maar kreeg dankzij de historiografische controverse wel de medewerking van tal van personen die Juliana en Bernhard persoonlijk gekend hadden of in bezit waren van tot dusverre ongebruikt gebleven archiefmateriaal buiten het Koninklijk Huisarchief. [5]

In een sterk beschouwend betoog, waarin Withuis zichzelf vaak in de ik-vorm opvoert, wordt koningin Juliana beschreven als een eigenzinnige, sociaal bewogen maar ook vaak stuurloze vrouw die alleen religie als constante bron van inspiratie had. Dat geloof was geen traditioneel christendom, maar een diffuse religiositeit waarin alternatieve en oosterse invloeden alle ruimte kregen. Withuis schetst een ontluisterend beeld van zowel koningin Juliana en prins Bernhard. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in ballingschap in Canada, ontwikkelde Juliana zich weliswaar tot een sterke, strijdvaardige vrouw, maar eenmaal terug in Nederland stokte dit proces. Juliana maakte zich volgens Withuis te afhankelijk van dominante personen. Behalve Bernhard waren dat vaak personen met een sterke, religieus gekleurde missie: Juliana's mystiek ingestelde moeder Wilhelmina, de activistische presidentsvrouwe Eleanor Roosevelt, de naar een theocratie strevende Greet Hofmans en - na de zuivering van haar koninklijke huishouding - haar doopsgezinde particulier secretaris Jan van der Hoeven. Onder invloed van de sociaal bewogen Van der Hoeven, die zelf een geestelijk gehandicapt kind had, vond Juliana na de Hofmans-periode weer meer evenwicht in het leven. Met de haar kenmerkende gretigheid stortte zij zich, geassisteerd door Van der Hoeven, op de koninklijke rol waarmee zij befaamd is geworden: de maatschappelijk werkster van Nederland. Het tonen van christelijke naastenliefde werd de nieuwe missie en met zichtbaar genoegen bezocht Juliana de instellingen van geestelijk en lichamelijk gehandicapten.

Bij de familie Van der Hoeven, die op het terrein van paleis Soestdijk woonde, vond Juliana waarschijnlijk de gezelligheid waaraan het binnen haar eigen gezin ontbrak. Met behulp van nieuw bronnenmateriaal schetst Withuis een beeld van een ongelukkig koninklijk gezinsleven dat bepaald niet datgene was dat via de media aan de Nederlandse bevolking werd voorgespiegeld. Prins Bernard, de regisseur achter een decennialang manipulatief mediabeleid, wordt beschreven als een feodaal ingestelde prins met een hoge aanrandingsfactor. De charmant overkomende prins schoffeerde zijn echtgenote in het openbaar en was haar levenslang ontrouw. Een prins, maar geen heer, zo citeert Withuis een ooggetuige.  


koningin Juliana op Terschelling, 12 juli 1967. NA/Collectie Spaarnestad/ANP. Een beroemd geworden foto van Juliana "nieuwe stijl".


Geen definitieve biografie

Jolande Withuis presenteert haar boek nadrukkelijk als een wetenschappelijke biografie, maar geeft geen criteria waaraan een dergelijke biografie behoort te voldoen. Zij verantwoordt alleen dat een aantal geïnterviewde personen voorlopig anoniem wenste te blijven. Een volledig geannoteerde versie van het manuscript, gedeponeerd bij het NIOD, zal in 2041 openbaar worden.

De overige annotatie is echter gebrekkig. Deze is niet conform de historiografische gebruiken en archiefvoorschriften. Withuis heeft weliswaar nieuw bronnenmateriaal aangeboord, maar heeft opvallend weinig primair bronnenonderzoek gedaan waar dat wel mogelijk was. Op grote schaal wordt geciteerd uit betrouwbare en minder betrouwbare bestaande publicaties in plaats van dat zij zelf de archivalia heeft doorgenomen. Het gevolg is dat Withuis omstandig zoekt naar bewijsvoering voor stellingen, terwijl zij die gemakkelijk had kunnen vinden in archivalia die staan vermeld in haar bronnenopgave. Zelfs het rapport-Beel, inmiddels een bijlage van Fasseurs boek, is duidelijk niet als zelfstandige bron geanalyseerd. Cees Fasseur schreef een huwelijksportret en Jolande Withuis heeft dat huwelijksportret bijgesteld zonder beter te kijken naar het mogelijke waarom van Fasseurs omtrekkende bewegingen. Withuis beschrijft Juliana bovendien als de levenslange gevangene van de hofcultuur, maar voor de generaliserende contouren daarvan baseert Withuis zich op de achterhaalde sociologische noties van Norbert Elias. [6]

Ook wordt Juliana geduid als een slachtoffer van een harde, eenzijdige opvoeding, maar er wordt niet gekeken naar de redenen waarom Juliana in navolging van haar moeder Wilhelmina daaraan werd blootgesteld. [7] Withuis ziet een rebellerende vrouw, maar heeft onvoldoende onderzocht waartegen Juliana levenslang rebelleerde. Withuis' citatenmateriaal uit nieuwe bronnen is daarom soms interessanter dan haar soms zwaar sociaalwetenschappelijk aangezette beschouwing.

In een interview met de Volkskrant vatte Withuis Juliana's leven samen: 'Er is niks gewoons aan Juliana. Een van haar problemen is een gebrek aan realiteitszin, in haar omgeving en bij haarzelf. Zij wilde altijd in de eerste plaats Juliana zijn en dat kon niet. Want ze moest ook koningin zijn. Dus prefereerde zij twee levenspaden, wat haar tot een wispelturige vrouw maakte. Ik wist van tevoren niet zoveel van haar, maar de conclusie is dat haar leven tragisch is geweest. En eenzaam. Zonder bitterheid, dat wel, vol ambitie ook. Ze vond het leven "mooi maar zwaar". De slotsom is dat, toen Juliana de monarchie overdroeg, Beatrix het radicaal anders is gaan doen.' [8]

Dit bij vlagen onthutsende boek maakt nieuwsgierig naar hetgeen een definitieve biografie van koningin Juliana kan gaan opleveren.  
  


N.a.v. Juliana. Vorstin in een mannenwereld,  door Jolande Withuis. Uitgave van De Bezige Bij, Amsterdam. 2014. ISBN 978 90 234 3523 5; 863 blz.; € 39,99.




[1] Notities Drees, 1949 en 1973. NA 2.21.286, nr. 824. Gedeeltelijk geciteerd in: Hans Daalder, Drees en Soestdijk (Amsterdam 2006), 22-25. Zie Daalder voor nadere toelichting op de archivalia.   

[2] Brief Minister-president aan Tweede Kamer, 19 april 2006. Kenmerk 05M47452.   

[3]Protestants Nederlands, april 2015.   

[4] Terry H. Anderson, "Becoming Sane with Psychohistory". The Historian 41 (1978) 1-20. Jacques Dane & Hans Renders (red), Biografie & psychologie (Amsterdam 2007).   

[5] Cees Fasseur, Juliana & Bernhard (Amsterdam 2008).   

[6] Jeroen Duindam, "Het hof als kijkdoos van het civilisatieproces", in: Sociologische gids XLII (1995) 213-231. Jeroen Duindam, Vienna and Versailles (Cambridge 2003).   

[7] Irène Diependaal, Emma. Hoedster van Wilhelmina’s erfenis (z.p. 2013).   

[8] Remco Meijer, "Die arme Juliana", de Volkskrant, 26 oktober 2016.


Dit artikel is geschreven op verzoek van de redactie Protestants Nederland. Het is gepubliceerd in Protestants Nederland 83 (februari 2017) 46-49.


Noot geschreven t.b.v. Hereditas Historiae: meer informatie over de (controversiële) werkwijze van "psychogeschiedenis" is te vinden in de sectie "History & Historiography". ook meer algemene informatie over de internationale gebruiken binnen de geschiedbeoefening is daar te vinden, maar ook in de sectie "In pursuit of truthful history stories" van Hereditas Historiae.