Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

Fragment uit Emma. Hoedster van Wilhelmina’s erfenis


....De situatie liep uit de hand naarmate de koning last kreeg van een nieraandoening die leidde tot bloedvergiftiging. In psychotische buien, die door personen in zijn omgeving slecht medisch te duiden waren, werd Willem III een zeer moeilijk mens voor zijn ondergeschikten. Dumonceau kon zijn functie als particulier secretaris niet meer alleen aan. Hij droeg De Ranitz voor als assistent en later als opvolger. De in de ogen van Dumonceau ‘koelbloedige en qua intelligentie superieure De Ranitz’ daagde Willem III uit waar hij vond dat hij het gelijk aan zijn kant had. Naarmate het ziekteproces van Willem III vorderde was De Ranitz één van de weinigen die de koning aankon. Hij werd de belangrijkste intermediair tussen koningspaar en de hofhouding, Kabinet des Konings en ministers.

Koning Willem, gekleed in militair gala-uniform, in zijn laatste levensjaren. ANP-fotoarchief. Bron: Wikipedia.

De chaos aan het hof groeide met de ziekte van Willem III. Ook het aanzien van het koninklijk gezag kwam in gevaar: de koning trok zich zonder adequate verklaring steeds meer terug uit representatieve verplichtingen. Wilde speculaties deden de ronde en werden vooral in de buitenlandse pers uitgemeten. Was het koningshuis getroffen door een vervloeking waardoor het in zijn geheel zou uitsterven? Was er sprake van een erfelijke geestesziekte? Het koninklijk hof probeerde via zorgvuldig opgestelde berichten voor de Staatscourant de buitenwereld duidelijk te maken dat de koning ziek was en dus niet aan zijn constitutionele en representatieve verplichtingen kon voldoen. Het probleem was echter dat de geneesheren zelf niet goed wisten wat er met de koning aan de hand was en nauwelijks prognoses konden geven.

De ziekte van de koning in combinatie met zijn lastig gedrag werd een groot probleem omdat tijdgenoten niet wisten in hoeverre de psychotische buien van de koning een gevolg waren van zijn nierkwaal of een onderdeel van zijn lastige persoonlijkheid vormden. Ook hoffunctionarissen gingen openlijk twijfelen aan het geestesvermogen van de koning en gingen zich zorgen maken over een kroonprinses die helaas naar haar vader leek te aarden....

.... De lastige koning was van jongs af aan een gezonde, forse persoonlijkheid geweest maar in 1876 had de koning voor het eerst incidenteel last van nierstenen. Na 1881 nam de geprikkeldheid van de nierblaas toe. Periodiek waren er vele pijnlijke urinelozingen die gepaard gingen met bloed, etter, slijm en nieuwe nierstenen. De hofartsen adviseerden daarom bronwaterkuren. In 1884, kort voor de dood van prins Alexander was sprake van een grote aanval van nierstenen. Op 1 juni 1884 vertrok de koning daarom per speciale trein naar Duitsland...

..... De koning had een week later plotseling weer een opleving: twee ochtenden per week werkte hij weer. Hij was gekleed in marine-uniform met decoraties en pochte dat hij rond zijn verjaardag, in maart, dat uniform weer goed zou passen. Bruikbare kamerheren had hij weggejaagd en de dienstdoende lakeien zagen eruit als geraamten. Een week later ging de spiraal echter weer de andere kant uit. De koning was volstrekt onhandelbaar, weigerde voedsel en medicijnen en was zeer melancholisch. ‘Gisteren heeft hij ondersteund door een lakei weer door de kamers gewandeld en was weer veel kalmer; hoewel het verstand nog helemaal in de war is. Hij praat veel met allerlei denkbeeldige, soms reeds lang overleden personen, ik denk dat de Koningin wel eens vreemde dingen zal hooren.’

De officiële machinerie werd in werking gesteld: in maart 1889 bleek dat de koning niet meer in staat was een handtekening te zetten. Op 2 april 1889 werd de Staten-Generaal in verenigde vergadering bijeen geroepen om de koning buiten staat van regeren te stellen. Het advies van de artsen werd overgebracht: ‘Het chronisch lijden van Z.M. (suikerziekte en nierontsteking) heeft zoodanige invloed geoefend, dat de Koning op dit ogenblik niet bij machte is, Zich met Staatszaken bezig te houden.’ De vicepresident van de Raad van State nam de taken over, maar op 3 mei 1889 hervatte de koning al weer zijn werkzaamheden. Hij bleek ook meteen zijn wensen te hebben: een minister diende onder meer ontslag te nemen wegens vermeend ambtsverzuim.

De koning bleef een jaar lang zijn werk doen, maar de chaos was groot. De artsen wisten dat de ziekte slechts tijdelijk naar de achtergrond was geschoven en niet genezen was. De toestand bleef daarom zorgelijk. De koning genoot maandenlang van zijn herstel. Hij kwam dagelijks naar de benedenvertrekken van het Loo. Samen met koningin Emma zat hij op het bordes van het Loo en genoot van de frisse boslucht en bloemengeur. Na drie maanden deden zich echter steeds kleine aanvallen van hersenberoerte voor. In het begin lieten zij geen sporen na, maar langzaam maar zeker tastten zij de verstandelijke vermogens van de koning aan. Met vallen en opstaan werd in 1890 de maand september bereikt. Een niersteenaanval op 14 september had een noodlottig gevolg: een opstijgende nierurineweginfectie zorgde voor een nieuwe beroerte...

.... Na vele politieke verwikkelingen legde koningin Emma op 20 november 1890 tijdens een sobere plechtigheid in de verenigde vergadering van de Staten-Generaal de eed als regentes af. Een dag later traden verschijnselen van bloedvergiftiging in die zo snel optraden dat de koning als stervende moest worden beschouwd. De dood trad plotseling in op 23 november 1890...   


Het stoffelijk overschot van koning Willem III verlaat Paleis Noordeinde op weg naar de laatste rustplaats in Delft. Prent "Ons Vorstenhuis", Uitgeverij H.D. Tjeenk Willink te Haarlem, ca. 1891. Bron: Wikipedia.