Hereditas Historiae

Website hosted by Irène Diependaal to foster some historical knowledge necessary to understand our present times

 

Fragment uit Emma. Hoedster van Wilhelmina’s erfenis


S.M.S. de Ranitz (1846-1916). Fotograaf: Adolphe Zimmermans. Bron: Wikipedia.


Koninklijk particulier secretaris S.M.S. de Ranitz wond er in 1885, in een brief aan zijn echtgenote, geen doekjes om: Nederland had een vorstenhuis en decadence en het zou alleen maar erger worden. Door de jaren heen had hij in zijn brieven aan zijn echtgenote al vele frustraties van zich af geschreven over het weinig aangename leven aan het hof van koning Willem III. De meritocratisch ingestelde De Ranitz was een man van relatief eenvoudige komaf die dankzij een militaire carrière vooruit was gekomen in het leven. Hij nam een hofbetrekking als ordonnance officier aan in de hoop dat hij in de toekomst zou kunnen gaan dienen bij het regiment ‘Grenadiers en Jagers’. Dit was vanouds het keurcorps binnen het Nederlandse leger.  

De functie van ordonnance officier betekende echter aanwezig zijn in de omgeving van de koning zonder veel om handen te hebben. Voor de intelligente De Ranitz was dit een ware kwelling. Bovendien had hij snel last van heimwee en kon hij het niet op prijs stellen dat het hof zich regelmatig buiten Den Haag verplaatste. Binnen het Loo kreeg hij tenminste ‘een ordentelijke kamer en ordentelijke wasgelegenheid’ waar hij zijn kleren kon uitpakken en opbergen. In Amsterdam was echter alles ‘hoogst primitief & gebrekkig’. Zijn echtgenote, eveneens van eenvoudige komaf, had daarnaast weinig begrip voor het leven dat De Ranitz aan het hof moest leven. Het was een poppenkast met ‘aanhoudend verkleeden en rondlummelen.’ De Ranitz kon goed begrijpen dat de koning er niet veel plezier in had, maar híj kon zich er tenminste in troosten ‘dat hij er voor betaald wordt, en naar mij voorkomt, zelfs beter dan ik.’  


S.M.S. de Ranitz (1846-1916). Fotograaf: onbekend. Bron: Wikipedia.


In zijn brieven aan zijn echtgenote schreef De Ranitz vooral zijn ongenoegen over zijn koninklijke bazen van zich af. Na drie maanden kreeg hij spijt dat hij particulier secretaris was geworden: het leven met de humeurige koning was waarlijk geen leven. Ook tegen de hofdames van zijn echtgenote was Willem III zodanig onaangenaam dat zij ontslag wilden nemen. Zijn dochtertje was waarschijnlijk niet veel beter. ‘De Koning ging rond met het prinsesje; ze zei “dag mijnheer” tegen iedereen. Dat deed het kind heel aardig, ge zoudt gedacht hebben, vader en dochter gelijkelijk zachtaardig. Maar helaas.’ Koningin Emma was vriendelijk tegen hem, maar hechtte zich veel te veel aan haar familie. Na verloop van tijd gaf hij het op ‘die vrouw te begrijpen’, want hij kwam er toch niet verder mee. Veel waardering kon hij niet voor haar hebben. De Ranitz gaf de voorkeur aan de koningin van België: ‘zij is een echte koningin in houding & manieren, uiterlijk en alles en maakt die impressie op een ieder’.  

De organisatorisch sterke De Ranitz ergerde zich vooral tijdens de reizen naar Emma’s ouderlijk huis……    


S.M.S. de Ranitz (1846-1916), geschilderd door Pieter de Josselin de Jong. Bron: Wikipedia.